Kennel v.d. Oude Watertoren
Home Hoe het begon Bassethounds Bloedhonden Contact

Design en onderhoud door Erik Scholte

De geschiedenis van de Bassethound


De voorloper van de Basset Hound en vele andere Hounds was de St. Hubertushond.

Deze St. Hubertushond ontstond in een klooster in de Belgische Ardennen. Dit klooster werd gesticht door een jonge edelman (de latere St. Hubertus)  Hij kwam volgens de legende tot het geloof toen hij tijdens de jacht op een Goede vrijdag in het jaar 683 een oplichtend kruis zag verschijnen tussen de hoorns van een hert. Uit zijn voorliefde voor de jacht, ontwikkelde hij in de kennels van het klooster een nieuw type jachthond Deze St. Hubertushonden werden omschreven als, black and tan van kleur met een zwaar hoofd en lange oren. Zij hadden een lang lichaam met relatief korte poten. Een ander type was gelijk aan het eerste maar stond hoger op zijn poten. Beide types bezaten een uitstekende reukzin en een zware blaf.

De lange oren hielpen de hond tijdens de jacht. Dit doordat de oren tijdens het speuren de grond omwoelden waardoor het spoor beter te volgen was. Het hoog benige type werd door de monniken gebruikt voor de jacht op beren en wolven. Het spreekt voor zich dat deze honden voor geen kleintje vervaren waren. De kort benige types werden gebruikt voor de jacht op klein wild. Het voordeel van de kort benige honden was dat zij de neus de gehele jacht aan de grond konden houden. Dit in tegenstelling tot het hoog benige type dat zich geregeld oprichten om geen pijn te krijgen in de rug en nek. Waardoor zij de jacht vertraagde. Als gevolg hiervan werden de honden gefokt op  korte poten. Het karakter van deze honden werd omschreven als, mild, gehoorzaam en te lief. Daarom waren ze niet meer geschikt voor het doden van de prooi, maar wel voor het opsporen van het wild. Een ander voordeel van deze honden was dat zij te voet door de jagers te volgen waren. In de loop van de volgende eeuwen verspreiden deze honden zich door geheel Frankrijk. Door het kruisen met andere honden ontstonden er verscheidene rassen, die van elkaar verschilde in type, kleur en vacht. Al deze kort potige honden vielen onder de verzamelnaam Bassets, wat zoveel in het Frans betekent als laag gesteld. Elk van de rassen had zijn aanhangers die door de eeuwen heen nieuwe types fokte. Het hoogtepunt voor de Bassets in het algemeen lag in de 18e eeuw.

Echter in het begin van de 19e eeuw verloren de Bassets aan populariteit(er werd veel minder gejaagd, doordat de adel tijdens de revolutie grotendeels gevlucht / onthoofd was)

Dit ging ten koste van zowel de kwaliteit als de kwantiteit. Dat de kortharige Basset gered werd was te danken aan twee heren, t.w. de Graaf Le Coulteulx de Canteleu en de heer Lane.

Zij fokte in de tweede helft van de 19e eeuw en brachten het ras weer op een hoog niveau terug. Beide heren werkten met hetzelfde materiaal, echter de uitkomst waren twee verscheidene types Bassets. De honden van de heer Lane waren lemon en wit van kleur en hadden lange oren, lange lichamen, waren behoorlijk zwaar met kromme poten. Dat laatste ging ten koste van het uithoudingsvermogen van de hond. Ze hadden wel een mooie luide stem(blaf) maar schoten tekort in “drive”. De honden van de Graaf Le Coulteulx de Canteleu waren kleiner maar veel levendiger. Zij hadden rechte voorpoten en waren driekleurig. Ook bezaten zij bredere schedels met een hoge oor aanzet van kortere oren, naast de grotere meer aanwezige ogen hadden deze Bassets wel voldoende uithoudingsvermogen. Toen deze beide types gekruist werden ontstond een completer driekleurige Basset. Deze Basset kennen we tegenwoordig nog steeds als de Basset Artesien de Normand. Dit ras is de directe voorouder van de heden daagse Basset Hound.

De eerste Basset die op een hondenshow verscheen deed dit in 1863 te Parijs. Bij deze show waren ook wat Engelse aanwezig die dit ras voor het eerst zagen. Het gevolg was dat Lord Galway de eerste Bassets naar Engeland haalde, dit waren een reu en teef bij de naam Bas en Belle. Hij fokte hiermee een nestje. In 1872 werd zijn meute verkocht aan Lord Onslow. De echte start in Engeland werd echter gemaakt door Sir John Everett Millais, hij importeerde in 1873 een Basset reu genaamd Model. Deze Basset is de stamvader van de Bassethounds. In 1875 verscheen Model op een hondenshow in Wolverhampton. Omdat Sir John niet wist dat er andere Bassets in Engeland waren liet hij Model een dekking uitvoeren met een Beagle. Dit gaf niet de honden die hij wenste en daarom duurde het tot 1878 alvorens hij het eerste nestje Bassets fokte. Hij deed dit met het teefje Garenne (dit was een dochter uit een eerder combinatie van Model X Finette) Hij kruiste haar met Fino. Fino was samen met zijn nestzusje Finette door Lord Onslow uit Frankrijk geïmporteerd. Zij kwamen uit de kennel van Graaf Le Coulteulx de Canteleu. Na 20 jaar op inteelt te hebben gefokt besloot Sir John dat het tijd was voor nieuw bloed. Zij keuze viel na de mislukking met de Beagle op de bloedhond. Dit omdat in zijn ogen de beide rassen veel overeenkomsten hadden. De eerste kruising vond plaats tussen de Basset reu Nicholas X de Bloedhond teef Inoculation. Om het probleem van verschil in hoogte te overwinnen koos Sir John voor een revolutionaire methode. Namelijk voor K. I. iets wat in zijn tijd nog maar een paar maal door dierenartsen geprobeerd was. Sir John was de eerste fokker die de methode voor een bepaald doel toepaste.

Met succes, er werden uit deze combinatie 12 pups geboren die in kleur op de moeder leken, maar belangrijker was dat de pups uiterlijk meer Basset typisch waren. Van dit nest werd later een teefje genaamd Rickey gedekt door een zuivere Bassetreu genaamd Forester. Hieruit ontsproten 7 pups, waarvan er 6 driekleuren waren en een 1 black and tan als de moeder. Allen hadden het uiterlijk van de Basset. Uit dit nestje kruiste Sir John een driekleur teefje genaamd Dulcia met een raszuivere Basset reu genaamd Bowman. Het resultaat waren 4 pups waarvan3 driekleurig en een rood / witte. Nog steeds waren deze pups Basset typisch, echter er was een verschil met de raszuivere Bassets met franse achtergrond. Deze Bassets gefokt door Sir John waren zwaarder en hadden meer “bone” als hun Franse rasgenoten.  

Uit het laatste nestje kruiste Sir John een driekleur teefje met een zuivere Basset reu genaamd Gwignol. Dit leverde 6 pups op waarvan 4 driekleuren, 1 rood/witte en 1 black and tan. Vanaf dit nest kunnen we spreken van twee rassen Bassets. De Franse Basset Artesien Normand en de Engelse Basset Hound. In 1880 werd de Basset Hound officieel erkend door de Britse Kennelclub.


Pallas