Kennel v.d. Oude Watertoren
Home Hoe het begon Bassethounds Bloedhonden Contact

Design en onderhoud door Erik Scholte

De geschiedenis van de Bloedhond

In de tiende eeuw stuurden de Monniken van de Sint Hubertus abdij elk jaar drie koppels Sint Huberushonden naar de Franse koning. Zodat ook in dit land een populatie ontstond. De Franse revolutie die alle grote meutes vernietigde, zette een punt achter de Sint Hubertushond op het continent. De georganiseerde fok verdween toen de franse legers de abdijen leeghaalden.

Engeland, welvarend en niet geschokt door de revolutie en dat sinds 1066 geen invasie meer gekend had, bezat nog zijn hele hondenschat. De Sint Hubertushonden leefden daar voort onder de meest verschillende namen, tot men in de zestiende eeuw de algemene term 'Bloodhound' aannam. Deze naam wordt op verschillende manieren geïnterpreteerd. De hedendaagse liefhebbers houden vast aan de betekenis 'van zuiver bloed', 'volbloed' of 'hoog in het bloed staand'. een rashond dus die reeds lange tijd zuiver gefokt is, dat wil zeggen zonder andere rassen gebruikt te hebben. Een andere, eveneens zeer plausibele, verklaring is die het bloed letterlijk neemt en associeert met het soort werk waarin de Bloedhond uitmunt: Het volgen van een bloedspoor -het zogenaamde zweetspoor- van aangeschoten wild.

Wat de naam in ieder geval niet wil zeggen, is dat de Bloedhond bloeddorstig zou zijn.

Zo'n honderd jaar geleden veranderde in Engeland de jachtmethode, men begon de 'Bloodhound' te zwaar, te rustiek en te traag te vinden en schakelde over op snellere honden. De opkomst van de hondenshow bracht redding. De 'Bloodhound' met z'n originele hoofd beviel het welgestelde showpupliek. Men begon aan dat hoofd te werken, het te 'verbeteren': nog langere oren, nog meer huid en rimpels, een nog smallere en hogere schedel, een nog zwaarder en breder lichaam. De grondlegger van deze aanpassingen is Edwin Brought (die ook één van de opstellers is van de rasstandaard). Hij wordt daardoor wel gezien als de geestelijke vader van dit nieuwe type.

De F.C.I. (Federation Cynologique International), de overkoepelende Kynologische organisatie, waarbij ook Nederland aangesloten is. heeft België als land van oorsprong van de Bloedhond erkend. De Bloedhond is verder in Engeland gevormd tot wat hij nu is. Vanuit hier heeft ook de verspreiding naar de rest van Europa plaatsgevonden. De Engelse rasstandaard geldt tegenwoordig dus als leidraad voor de fokker en keurmeester.

De Kynologie is de redding geweest voor de Bloedhond. We kunnen terecht hoog opgeven over de liefhebbers die jarenlang zorg en toewijding hebben gegeven aan de vervolmaking van de Bloedhond. Doch, niet vergeten mag worden dat het niet alleen de imposante, tegelijkertijd sierlijke verschijning is die de liefhebber heeft gemotiveerd door te gaan met zijn hobby. Zeker zo belangrijk is dat op vele punten voorbeeldige karakter wat de Bloedhond heeft verbonden aan zijn groep van liefhebbers.

In beschrijvingen van het karakter van andere rassen treft u lovende toedichtingen over de aard van het betreffende ras. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat het hier om de ideale rashond moet gaan. De praktijk van alle dag wijkt echter nogal eens af van die ideaal-beschrijving. Voor wat betreft de Bloedhond kun je gerust zijn: De Bloedhond heeft niet het ideale karakter (welk ander ras wel?). Je kunt hier de positieve en mogelijk negatieve karaktertrekken aantreffen.

Om zijn karaktereigenschappen goed te kunnen beoordelen, moeten we het oorspronkelijke gebruik van het ras nog eens bekijken. Als jachthond moest hij jachtpassie en uithoudingsvermogen hebben, hij moest zelfstandig kunnen werken en goed kunnen omgaan met soortgenoten. Wat betekent dit nu voor de Bloedhond als metgezel in de moderne samenleving?

De Bloedhond is zeker een gemakkelijke, rustige hond in huis, mits hij veel, liefst vrije, beweging krijgt. Je doet hem tekort als je hem tot een stadse hond laat verworden die, in ruil voor zijn kameraadschap, hoogstens een aangelijnd rondje park krijgt. In het geven van de vrije beweging schuilt wel een risico. De Bloedhond gaat namelijk zo graag zijn neus achterna, -ogenschijnlijk met oogkleppen op en oordopjes in-, zeker, indien je de afstand tussen jou en je hond enkele tientallen meters laat worden. Houdt hier terdege rekening mee, vooral als zijn uitlaatplaats grenst aan een openbare weg.

Indien je een waakhond zoekt, zoek dan verder. Hij is niet blafferig “overigens een verkeerde benaming voor het voor de liefhebber oorstrelende geloei” en je moet niet rekenen dat de Bloedhond het huis bewaakt bij het betreden ervan door een inbreker of ander gespuis.

De meeste Bloedhonden kunnen niet zo goed tegen het alleen zijn. Een metgezel (van dezelfde soort) is het meest ideale voor hem. Indien de hond toch alleen moet zijn gedurende enkele uren per dag, dan kun je hem het beste een eigen ruimte geven, waar hij niet teveel kwaad kan met het vinden van afleiding voor zijn eenzaamheid. Dat eigen plekje is ook om andere reden aan te raden. Je mag er vanuit gaan dat ook jouw bloedhond gaat kwijlen. En je mag er gevoeglijk van uitgaan dat veruit de meesten van de familie, vrienden en kennissen hier niet van gediend zijn.

De geprezen zelfstandigheid van de Bloedhond tijdens de jacht wordt in de dagelijkse omgang in huis al snel ervaren als eigenzinnigheid. Hij heeft dan ook een consequente aanpak nodig, met op zijn tijd een bestraffing. Het is voor te stellen dat je dit niet gemakkelijk afgaat, daar de Bloedhond evenzo gevoelig is voor een bestraffing als voor een beloning. Maar ze hebben het soms echt nodig, zeker die honden die van huis uit het leiders instinct hebben meegekregen.

De vaak beschreven gevoeligheid van het ras wil wel eens doorslaan in een schuwheid, een gebrek aan zelfvertrouwen bij een voor de hond niet gewone situatie. Het heeft zelden met voor hem vreemde mensen te maken, maar meer met een verandering in de omgeving (overdekte ruimten, gladde vloeren etc.).

Wat overblijft is een goedmoedige, aanhankelijke, -op het filosofische af- zachtaardige, lieve hond voor jezelf, de gezinsleden en de eventuele andere huisdieren; een hond die liever op schoot ligt dan naast je zit, maar het allerliefst je beste stoel inpikt. Uit het voorgaande is gebleken dat de Bloedhond op veel vlakken een aangename huishond is, maar het is en blijft een hond die, als het even kan, liever zijn eigen gang gaat. Een consequente opvoeding is datgene waar de Bloedhond om vraagt. Je mag niet vergeten dat je over een jaartje enorm veel hond in huis hebt rondlopen.

Vanaf het eerste moment dat je je nieuwe metgezel in huis hebt, dient de opvoeding te beginnen. Een groot voordeel is dat de Bloedhond in zijn jeugdperiode beduidend makkelijk leert. Leren op latere leeftijd of, erger nog, afleren, kost veel meer moeite. Voor onervaren Bloedhondenbezitters kan de hond, maar zeker ook de eigenaar, veel vruchten plukken van de cursus elementaire gehoorzaamheid, die de plaatselijke kynologenvereninging organiseert. Jammer genoeg hebben nog niet alle kynologenverenigingen ervaring met Bloedhonden. Het ras vraagt om wat meer geduld dan herdershonden e.d. Naast het volgen van een dergelijke cursus is het daarom aan te raden een inleidend werkje te lezen op het gebied van de opvoeding van honden.